Ongeveer de helft van alle Nederlanders heeft een huisdier. Denk alleen al aan het grote aantal honden dat aan het begin van de coronacrisis is aangeschaft. En die nu weer vaak naar het asiel gebracht dreigen te worden. Of erger, “gewoon” ergens worden achter gelaten. Dieren zijn geen wegwerpartikel. GroenLinks wil waar mogelijk het welzijn van dieren verbeteren. Gelukkig gaat het over het algemeen goed met het welzijn van de huisdieren in Nederland en neemt de kennis over goede verzorging van de dieren steeds meer toe.Maar een ander verhaal is het houden van dieren voor voedselproductie, de bioindustrie. Voor GroenLinks geldt: een dier is geen productiemiddel. Hoewel ook hier steeds meer aandacht is voor dierenwelzijn, verdwijnt dit vaak weer achter de steeds hoger wordende muur van het economisch belang.
Economisch belang? We zien hier toch een vreemde ontwikkeling. Denk aan het vlees van dieren uit megastallen. De prijs voor de consument neemt ondanks de inflatie niet of nauwelijks toe, feitelijk wordt het product goedkoper. Om toch de investeringen terug te kunnen verdienen (meestal met geleend geld) en een redelijk inkomen over te kunnen houden moet de boer aan schaalvergroting doen. Zo zien we gebeuren dat er mesterijen van 50.000 kuikens uitgroeien naar 170.000 kuikens. Een vicieuze cirkel die bovendien de weg afsluit naar biologisch verantwoorde productie waarbij ook het dierenwelzijn centraal staat. En dan hebben wij het nog niet eens over de uitstoot van schadelijke stoffen ten koste van de biodiversiteit. En niet te vergeten ten koste ook van de volksgezondheid.
GroenLinks begrijpt dat de bioindustrie niet zo maar van de ene op de andere dag beëindigd zal worden. En ook niet kan worden. Maar laten we er in ieder geval met ons allen naar streven. Om deze reden stemde GroenLinks enige tijd geleden tegen onder andere de vergroting van megastallen die het nieuwe bestemmingsplan buitengebied mogelijk maakt. Want dierenwelzijn is een groot goed: dierenleed is nooit ok!