Christine Voskuil

Lid vaste kern Steunfractie

Christine Voskuil

Hoe komt iemand die in een arme buurt is geboren, via een baan als balletdanseres en opbouwwerkster bij GroenLinks in Borger-Odoorn terecht? En wat ga je dan doen binnen de steunfractie van GroenLinks in de gemeenteraad?

Op zeven oktober 1948 kwam het kleine meisje met luid gekrijs op de wereld. Volgens de huisarts zou ze een goede opera zangeres worden….. Mijn wieg stond in een kleine drukke winkelstraat in Leiden, vader was orthopedisch schoenmaker en moeder runde de winkel. Zij waren vroeger lid van de AJC, de Arbeiders Jeugd Centrale, oftewel ‘het rode nest’. Van het voor- tot het najaar sliep ons gezin in een zelfgebouwd huisje in onze volkstuin. Weg uit de stad, omdat mijn ouders bang waren dat hun zes kinderen op het slechte pad zouden komen, door om te gaan met kinderen uit de achterbuurt. Stiekem deed ik dat toch! Als kind leerde ik daardoor dat andere kinderen slechte huiselijke omstandigheden, schimmelige koude woningen en minder kansen hadden. Vaak bracht ik kinderen mee naar huis, die geen schoenen en eten hadden. Stopte ze als zes jarige in de wastobbe, omdat het water bij hun thuis was afgesloten. Mijn oren horen nog steeds Jantje gillen van pijn, omdat ik hem helemaal verkleumd bij de kachel had gezet, mijn moeder zette zijn bevroren voeten in een bak met koud water, dat ging een stuk beter. Ik stal ook vaak broodjes van een gierige kruidenier voor de arme kinderen die geen geld hadden. Dat kon voor mijn gevoel: op zondag zat hij in zwart pak te zwaaien met geld voor de collectezak en de arme kinderen trapte hij bij de voordeur weg en die kregen niets. Later bleek dat ik niet goed kan zingen….

Op de Montessori school kwam de juf uit de vijfde er achter dat ik gevoelig voor muziek ben en danstalent heb. Zij raadde mijn ouders aan mij naar ballet les te sturen. En het was ook die juf die mijn ouders overhaalde om me naar de vooropleiding van de Rotterdamse Dansacademie te laten gaan. Na de Mulo voor Dans en Muziek, studeerde ik aan deze Dansacademie af als toneeldanseres en danspedagoge in diverse richtingen. Hierna werkte ik een aantal jaren in Duitse opera- en operette gezelschappen als danseres. Het was mijn passie. Helaas eindigde mijn danscarrière door rugklachten.

Ik rolde in het buurtwerk via mijn toenmalige echtgenoot, Kees Gans. Na het stoppen met dansen, heb ik drie maanden in de put gezeten, realiseerde me echter dat het verspilde energie is om terug te kijken op wat niet meer kan. Zo begon een periode met snuffelen aan vrijwilligerswerk in een Leidse buurt- en speeltuinorganisatie. Al snel vroeg het bestuur mij om tijdelijk een zieke beroepskracht te vervangen, dat was mijn start in het speeltuinwerk en het sociaal cultureel werk. Parallel volgde ik de MBO Jeugdleiders opleiding. We verhuisden in 1974 vanuit Leiden naar Valthermond. Kees kreeg een baan als cultureel werker in de gemeente Odoorn. Een paar maanden later kon ik in Nieuw-Buinen en omliggende dorpen in het veengedeelte als pionier in het sociaal cultureel werk aan de slag. Na vier jaar volgde een baan in Borger en omliggende dorpen op het zand. Daar deed ik in samenwerking met de Brede Overleggroep Kleine Dorpen de uitvoering van leefbaarheids onderzoeken. Dat was ook de periode waarin ik actief was tegen de kruisraketten. Vanuit “De Boerderij” in Borger – het cultureel centrum – organiseerden we ook de grote demonstratie tegen dumping van kernafval in de zoutkoepels. De trainingen geweldloze weerbaarheid door Harcourt Klynefelt - speech schrijver van Martin Luther King - aan de ordedienst hebben grote indruk op mij gemaakt. In 1980 gingen Kees en ik op een vriendschappelijke goede manier uit elkaar.

Tijdens het voorbereiden van vredeskampen in Drenthe werden Oene Zwittink en ik verliefd op elkaar. Wij leven nu 37 jaar samen. Helaas zonder kinderen. Het is toch nog nooit saai geweest... Met Oene woonde ik negen jaar in Annerveenschekanaal, omdat mijn project plaatsvond in het naastgelegen dorp, Eexterveenschekanaal. Als part-time onderwijs-opbouwwerker volgden daar boeiende jaren. Daar heb ik nog meer respect en begrip gekregen voor inwoners met lage inkomens en vaak gemiste kansen. Veel heb ik daar geleerd: dat zij heel veel tijd kwijt zijn om in hun levensonderhoud te voorzien. Onder andere met het aflopen van vele winkels voor goedkope boodschappen, contacten met instanties, die voor hun onleesbare brieven schrijven. Dat levert stress op en isolement, mensen verliezen daardoor veel energie, waardoor ze vaak geen energie meer hebben om maatschappelijk een bijdrage te leveren. Biologisch tuinieren, omgaan met laaggeletterdheid en analfabetisme, dat je met weinig geld veel kan bereiken en dat ondersteuning door gemotiveerde en betrokken mensen erg wordt gewaardeerd. Ook heb ik daar meegemaakt dat moslim ouders hun zoons, maar ook hun dochter, stimuleerden om verder te studeren. Zij hebben me laten zien dat begrip voor cultuurverschil belangrijk is om met elkaar in gesprek te komen en te blijven.

Na vijf jaar in Eexterveenschekanaal volgde een baan als projectleidster Vrouwenwerk in Drentse Veendorpen. Doel: het scholen van zo’n achttien vrouwen in het opzetten van activiteiten met vrouwen in tien dorpen, in samenwerking met het sociaal cultureel werk. Veel van deze vrouwen zijn nu nog werkzaam in allerlei organisaties.

Naast mijn fulltime banen, volgde ik opleidingen in Groningen. Dit betrof de vierjarige HBO opleiding Kultureel- en Opbouwwerk aan de Academie voor Sociale en Kulturele Arbeid (met een ‘k’ in die tijd…) en de tweejarige post-HBO Voortgezette Agogische Beroeps opleiding. Daarna parttime banen, waardoor er tijd was voor het aannemen van freelance projecten. Lessen in creativiteit en vrije tijds besteding voor bejaarden helpsters aan het LHNO-LEAO in Emmen. Voor de WONN (Werkplaats Opbouwwerk Noord Nederland) zes jaar lid van de projectraad. Het organiseren en uitvoeren van studiedagen voor Vrouwen en Economische initiatieven op vier plaatsen in Nederland. Oriënterend onderzoek naar vrouwen en armoede in Duitsland, België, Engeland en Nederland. In 1988 een studiereis naar Engeland met als doel ideeën opdoen voor leer-werkprojecten.

Mijn laatste baan was op landelijk niveau als beleidsmedewerker probleemgericht kinderwerk. We verhuisden naar Utrecht voor mijn baan bij de Landelijke stichting LANS en de Nederlandse Unie voor Speeltuin Organisaties (NUSO). Belangrijke onderwerpen waren: kwaliteitsbevordering, kinderinspraak, bewonersparticipatie, werken in ‘probleemgebieden’. Door eierstokkanker en een te heftige chemokuur begin jaren ’90 kwam er een eind aan mijn betaalde werk. Ik kan me nog steeds niet langdurig concentreren en werken onder druk vind ik lastig. Sinds 2013 ben ik met pensioen.

Tegenslag qua gezondheid geeft ook nieuwe kansen. Onze vier honden, Cavalier King Charles spaniels, gaven een nieuwe invulling: behendigheids wedstrijden, honden shows en het geven van behendigheids trainingen. Ook was er tijd om de creatieve hersenhelft te ontwikkelen: schilderen, accordeon spelen en later het dansen van de Argentijnse Tango. En voor het opknappen van een groot oud zeilschip. Ook was er tijd voor vrijwilligerswerk in de buurt en bij het SIVO. Verder ondersteunde ik Oene, zodat hij zijn werk in het buitenland goed kon doen. De honden zijn overleden.

Halverwege 2017 ben ik actief geworden binnen GroenLinks. Oene heeft mij aangestoken met het ‘politieke virus’ door te vragen of hij mij als lijstduwer voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 op de lijst van GroenLinks in Borger-Odoorn mocht zetten. Daarna liet het me niet meer los. De krant uitspitten werd een nieuwe hobby, uitgebreid lezen en het nieuws volgen wat er allemaal binnen een gemeente gebeurt en wat er wordt beslist. Pfoe, wat veel…

Toen Pieter vroeg of ik lid van de steunfractie wou worden, hoefde ik dan ook niet meer lang na te denken. Ik lever vanuit mijn brede ervaring en interesses mijn bijdrage, soms is het moeilijk kiezen waar mijn energie aan te besteden. Mijn manier van werken bestaat uit de volgende elementen: samen werken met de andere GroenLinks-ers, samen met vertegenwoordigers uit de bevolking en uit andere partijen, praten met de mensen, niet over ze, waardeer ieders bijdrage, bij elkaar brengen van mensen met een heel verschillende achtergrond is altijd leuk en het levert veel op, beslissen op grond van feiten, al zijn de emoties natuurlijk ook belangrijk.

Ik krijs niet meer luid, maar me stil houden doe ik ook nog niet… Ik hoop de steunfractie de komende tijd goed te kunnen ondersteunen.